Voorbeeld van een aanpak binnen de school

     
     


Inhoud
    1. Positionering
    2. Het tegengaan van pesten, een taak van de school?
    3. Strategie en aanpak
    4. Wie wordt betrokken op korte termijn
    5. Een strategie op langere termijn
    6. Praktische aanpak op lange termijn.
    7. Rol van de CLB-medewerker
    8. Praktische en concrete tips
    9. Getuigenissen van gepeste jongeren en ouders
    10. Uitnodiging

1. Positionering

De pester

    Is vaak in staat om het slachtoffer de mond te snoeren door middel van allerlei dreigementen. Het slachtoffer is ook vaak bang dat de pesterijen erger zullen worden, of nog meer in het geheim zullen plaatsvinden, als hij met zijn verhaal naar buiten zal treden.

    Er kunnen echter ook andere persoonlijke redenen zijn waarom het slachtoffer niet met zijn of haar verhaal naar buiten wil komen.

Het slachtoffer
    schaamt zich meestal,
    is bang dat zijn uiting als verraad voor de groep wordt aanzien,
    is misschien al van jongs af aan als zondebok behandeld en is dit als normaal gaan beschouwen.
De getuigen van pesterijen
    Zij durven niet in te grijpen. Dit gebeurt uit angst voor allerlei mogelijke negatieve gevolgen. Bij deze getuigen gaat het niet alleen om klasgenoten, maar ook om leerkrachten.
De omstanders van de pestpraktijken zijn onder te verdelen in meerdere groepen:
    zij die actief mee pesten uit angst om zelf slachtoffer te worden,
    zij die actief mee pesten omdat ze er op de één of andere manier voordeel bij hebben,
    zij die niet mee pesten, maar ook niet durven reageren, hoewel ze dat vaak eigenlijk wel zouden willen,
    zij die niet in de gaten hebben wat zich in de klas afspeelt.

In feite zijn dus vaak de meeste leerlingen op de hoogte van het pesten, maar durft niemand er met buitenstaanders over te praten. Dit wordt ook wel het mechanisme van "samenzwering om te zwijgen" genoemd.

Die "samenzwering om te zwijgen" is eigenlijk weer het gevolg van een ander mechanisme: het zogenaamde "omstanderdilemma". Dit "omstanderdilemma" is een innerlijke tweestrijd waarin omstanders terechtkomen als ze met machtsmisbruik te maken krijgen: "Durf ik er iets tegen te doen, of moet ik er voor mijn eigen veiligheid toch voor kiezen om niets te doen?" Kiezen om niets te doen kan wel veilig zijn, maar mensen kunnen dit ook weer laf van zichzelf vinden en met een gevoel van schuld blijven zitten.

Het pestslachtoffer wordt zelf als schuldige beschouwd.

Dit houdt in dat getuigen het slachtoffer voor een deel zelf schuldig beschouwen om gemakkelijker hun eigen schuldgevoel weg te duwen. Men gaat ervan uit dat de gepeste anders is dan de groep. De omstanders zijn niet zo, zij lopen dus geen gevaar om gepest te worden denken ze. Ze willen de illusie van de veilige wereld. Kortom: pesters, slachtoffers en getuigen (mogelijk ook leerkrachten) doen er vaak het zwijgen toe.

Zo krijg je
    een soort van ontkenning van de werkelijkheid,
    blijft pesten vaak verborgen (mogelijk voor de school maar zeker voor de ouders),
    wordt er niet van buitenaf ingegrepen en duurt het allemaal nog langer voort.
Pesten is geen probleem dat zich gemakkelijk laat oplossen.

Pesten speelt zich vaak in het verborgene af en dat alleen al maakt het moeilijk om er greep op te krijgen. Maar zelfs als pesten opgemerkt wordt, weten leerkrachten en andere betrokkenen vaak niet wat ze er mee aanmoeten. Toch kunnen scholen wat tegen pesten doen. Pesten kan door middel van allerlei maatregelen tegengegaan worden. Daar waar scholen er serieus hun best voor doen, maakt dit een wereld van verschil. Het is wel belangrijk dat de juiste informatie voor handen is en dat de leerkrachten en de schoolleiding bereid zijn echt iets aan pesten te doen.

Leerkracht zijn is niet gemakkelijk. Onderwijzen vergt veel inzet, geduld en incasseringsvermogen. Het gaat nu eenmaal niet alleen om het overdragen van vakmatige kennis en vaardigheden. Leerkracht zijn betekent ook het doen en laten van een groep jonge mensen in goede banen proberen te leiden. Daarbij gaat het niet alleen om hoe de leerlingen zich tegenover de leerkracht opstellen, het moet ook gaan om goede verhoudingen tussen leerlingen onder elkaar.

Niet alleen omdat het lesgeven op die manier beter verloopt, maar ook als doel op zich: meehelpen te zorgen dat leerlingen gewoonweg gelukkig kunnen zijn. Het tegengaan van pesten is zeker geen taak van de leerkracht alleen. Maar de leerkracht heeft wel een centrale positie. Zonder de kennis van zaken en inzet van de leerkracht is het onmogelijk het pesten een halt toe te roepen.

2. Het tegengaan van pesten, een taak van de school?

Scholen zijn er om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen. Daarvoor is concentratie nodig; leerlingen moeten "bij de les" blijven. Onder normale omstandigheden is het vasthouden van de concentratie voor de leerkracht vaak niet gemakkelijk. Als pesterijen in de klas de lessen verstoren, heeft iedereen er een direct belang bij om hier iets aan te doen. Maar pesten is juist ook iets wat lang verborgen blijft en waarvan misschien alleen het topje van de ijsberg waarneembaar is. De leerkracht heeft er dan zelf niet direct last van en ervaart het slechts later.

Het aanpakken van pesten is wellicht niet de hoofdtaak van de leerkracht, maar het is een noodzaak dat de leerkracht zich hier op de één of andere constructieve manier mee bemoeit. Als de leerkracht afzijdig blijft, heeft het weerloze pestslachtoffer vaak geen schijn van kans om uit zijn ellendige situatie te ontsnappen.

Vanzelfsprekend is de draagkracht van de leerkracht ook eindig. Toch heeft deze als mens wel de verantwoordelijkheid om tenminste
    de pestproblematiek niet naast zich neer te leggen,
    het slachtoffer duidelijk te maken dat zijn probleem gezien en erkend wordt,
    de pester duidelijk te maken dat zijn gedrag onaanvaardbaar is,
    melding te maken van de situatie aan alle partijen die misschien meer kunnen doen dan de leerkracht zelf.

Ook al heeft de leerkracht niet altijd een direct eigenbelang bij het oplossen van pesterijen; voor de schoolleiding ligt dat anders. Ouders en kinderen zijn niet gebonden aan één school. Zij zijn als het ware "consumenten" van onderwijs. Zij kunnen beslissen de school die de pestproblematiek niet serieus aanpakt uit de weg te gaan. Als ouders en kinderen zich meer bewust worden van het belang van veiligheid op school en er steeds meer informatie beschikbaar komt over hoe scholen hiermee omgaan, riskeren scholen die te weinig tegen pesten doen "marktaandeel" te verliezen.

Voor een succesvol antipestbeleid is het belangrijk dat de schoolleiding zich hier op een opbouwende manier mee bezighoudt.

De schoolleiding moet
    zich bewust worden van de problemen,
    zich bewust worden van de mogelijke oplossingen,
    duidelijk maken wat ze wil en gaat doen,
    ook daadwerkelijk de daad bij het woord voeren.

Traditioneel wordt als een oplossing voor pesten gezien dat het slachtoffer voor zichzelf op moet leren komen. Het probleem is dubbel. Eerst en vooral kan je dit het slachtoffer niet zo snel en gemakkelijk aanleren, zeker niet als hij of zij al veel pesterijen te verduren heeft gehad. Maar al zou het slachtoffer er in slagen om van zich af te leren bijten, dan nog is dit geen echte oplossing. Waarschijnlijk zal de pester immers naar een nieuw slachtoffer op zoek gaan en zo beginnen de problemen van voren af aan. Ten tweede ligt de oorzaak bij de pester en is het noodzakelijk die eerst op te sporen en te remediëren.

Naast "voor jezelf op leren komen" wordt overplaatsing van het slachtoffer naar een andere klas traditioneel ook als een mogelijke oplossing gezien. Overplaatsing kan een oplossing zijn, maar kan het probleem ook verergeren. Nieuwkomers in een klas worden immers vaak als indringers gezien en lopen daardoor een grote kans op een onvriendelijke ontvangst. De kans is groot dat de overgeplaatste leerling dit als een vernedering ervaart en verder dichtklapt. Tevens bestaat het risico dat de pester een gevoel van "triomferen" heeft, waardoor zijn pestgedrag eerder aangemoedigd dan verholpen wordt.

Waar het in het tegengaan van pesten uiteindelijk allemaal om draait, is het veranderen van de houding en mentaliteit van iedereen. "Pesten kan NIET, punt UIT!"

Leerlingen moeten leren dat geweld, of het passief laten gebeuren, niet door de beugel kan en maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag is.

Leerlingen zullen hun gedrag echter niet zomaar uit zichzelf veranderen. Alleen onder goede begeleiding van de leerkracht en in een goed schoolklimaat kan verandering plaatsvinden. Daarvoor is het van belang dat de leerkracht en de schoolleiding een verzameling hulpmiddelen heeft om pesterijen te signaleren, te bestrijden en te voorkomen.

Natuurlijk weten de leerkracht en de schoolleiding ook niet altijd alles. Daarom moeten er vangnetten zijn voor gevallen waarin pesten toch de kop op blijft steken. Op de school kunnen deze vangnetten de vorm aannemen van een vertrouwenspersoon (CLB of … ), een klachtencommissie en -procedure.

Vaak wordt er in de literatuur onderscheid gemaakt tussen een curatieve, preventieve en repressieve aanpak. Curatief staat dan voor het ontwikkelen van een strategie om pesten te stoppen. Preventieve activiteiten zijn erop gericht het verschijnsel bespreekbaar te maken in een volledige school, waar (ernstige) vormen van pesten zijn vastgesteld en repressief betekent dat er sancties kunnen genomen worden indien de vorige aanpakken niet werken.

3. Strategie en aanpak

Pesten is een realiteit voor alle scholen.

De school heeft daarom doelstellingen op korte en lange termijn nodig.

Op korte termijn ontwikkelt de school een strategie de pesterijen onmiddellijk een halt toeroepen.

Deze strategie steunt op de volgende mechanismen:

    bevorderen van empathie,
    ontwikkelen en opvolgen van een consistente omgevingscontrole,
    modelleren van alternatief gedrag,
    vereenvoudigen van alternatief gedrag.

Op lange termijn grijpt de school in op de achtergrondfactoren bij pestkoppen en gepeste kinderen en schept daardoor een klimaat van een pestvrije omgeving. Deze Lange Termijnvisie moet opgenomen worden in het schoolwerkplan.

Dit alles speelt zich af op verschillende niveaus: school, klas en individu.

Voor deze 3 belangengroepen gelden de volgende krachtlijnen:

    Informeren en sensibiliseren van leerlingen, leerkrachten, overig schoolpersoneel en ouders wat betreft de bevordering van de alertheid voor signalen van niet welzijn in het algemeen en van pesten en gepest worden in het bijzonder.

    Signalering van (mogelijke) pesterijen aanmoedigen

    Ontwikkelen van maatregelen om gelegenheden tot pesterijen te voorkomen zoals:
      o Een verhoogd doelgericht toezicht
      o Wijzigingen in de organisatie van de speelplaats of de speeltijd
      o Wijzigingen in de begeleiding bij het leerlingenvervoer
      o Wijzigingen in de organisatie van de contacten met ouders.
    Explicitering van een regelgeving rond pesten op school.

    Een gedragscode tegen pesten ontwikkelen en actief laten toepassen door de verschillende actoren onder de verantwoordelijkheid van de directie en in samenwerking met diensten zoals het CLB.

    Inoefenen van vaardigheden om het pesten onmiddellijk te stoppen en de gepeste leerlingen ter zijde te staan.
Voor leerlingen betekent dat:
    Dadelijk de pestkop laten merken dat je pesten afkeurt,
    Neen zeggen wanneer een pestkop je bij het pesten wil betrekken.
    Aan een gepeste medeleerling laten merken dat ook jij pesten niet prettig vindt.
Voor leerkrachten betekent dat:
    Het inoefenen van (incident)gesprekken waarbij onmiddellijk ten aanzien van de pestkop wordt ingegrepen.
    Het voeren van korte ondersteuningsgesprekken met kinderen die gepest worden.
    Het leren detecteren van pestsignalen.
    Het volgen van bijscholingen i.v.m. met deze materie.
    Ontwikkeling van een procedure voor eerherstel.

Pesten betekent immers (morele) schade toebrengen aan een ander. De pestkop maakt misbruik van een machtsonevenwicht en berokkent het kind dat gepest wordt psychisch (verdriet, angst, zich slecht voelen) en/of fysisch leed (pijn, verwondingen).

Het komt er niet zozeer op aan pestkoppen bij herhaling te straffen maar van hen te verlangen dat ze het aangedane onrecht op een of andere wijze herstellen en aan hun probleem werken.

Ontwikkelen en opvolgen van herstelcontracten waarin leerkrachten, leerlingen en ouders participeren, zijn hiertoe het aangewezen middel.

4. Wie wordt betrokken op korte termijn

Korte termijnstrategieën zijn op de eerste plaats een zaak van de direct betrokken actoren:

    inrichtende macht op het niveau van de school
    directie op het niveau van de school, klas, individu
    oudercomité op het niveau van de school
    Klas titularis op het niveau van de klas, individu
    CLB medewerker op het niveau van de school, klas, individu
    elke leerkracht op het niveau van de klas, individu
    de individuele leerlingen op het niveau van het individu
    en verder natuurlijk de ouders van slachtoffer en pester.

Bij het opstarten van een korte termijnstrategie zijn de volgende punten noodzakelijk
    het installeren van een werkgroep tegen pesten,
    steun vanuit de directie voor de werkgroep en de acties,
    een goede werkrelatie tussen school en ouders,

Bij het opstarten en uitvoeren van het project kan hulp gevraagd worden aan (externe) begeleiding. Vooral de pedagogische begeleidingsdiensten, het CLB en SASAM vzw kunnen hier een waardevolle hulp bieden.

Op heterdaad

Pesterijen zijn niet alleen moeilijk op te sporen, maar ook complex en ondoorzichtig. Als leerkrachten pestkoppen op heterdaad betrappen, moeten ze kordaat ingrijpen. Pestgedrag moet onmiddellijk worden afgekeurd, leerkrachten en leerlingen moeten erover praten en een oplossing zoeken voor de gepeste en de pestkop. Maar het is belangrijk om méér te doen dan alleen maar het brandje te blussen. De individuele aanpak van een pestprobleem moet ingebed zijn in de pestacties op klas- en schoolniveau. Hoe duidelijker de aanpak voor iedereen, hoe meer kans op succes.

Acties op het niveau van de school
    Inrichtende macht en directie

    Bevorder de communicatie rond het probleem in alle geledingen van de schoolgemeenschap (ouderraad, leerlingenraad, CLB, klassenraad, …). Ouders, leerkrachten en leerlingen kunnen samen een interventieplan of pestactieplan uitwerken.

    De leerkrachten en opvoeders:

    Stel collega's op de hoogte van pestgevallen, praat erover en vraag hun mening.

    Acties op het niveau van de klas (korte termijn)

    Bespreek in klassengesprekken naar aanleiding van een gebeurtenis het verschil tussen plagen, ruzie maken en pesten.

    Kies als leerkracht nooit de zijde van de meelopers om zo uw gezag en populariteit te verzekeren.

    Meestal beseffen de meelopers wel dat wat gebeurt fout is. Laat de leerlingen zelf over oplossingen nadenken. Leer ze hoe ze in pestsituaties kunnen reageren. Als pestkoppen met hun gedragingen geen succes meer ervaren bij de meerderheid of zelfs op tegenkantingen botsen, zullen de pesterijen vaak een stille dood sterven.

    De leerlingen die niet rechtsreeks bij het pesten betrokken zijn, kunnen het slachtoffer meer bij hun activiteiten betrekken en erop toezien dat de pestkop zijn gemaakte afspraken nakomt.

Acties op individueel niveau
    Het slachtoffer:

    Neem zijn verhaal ernstig, ga na wat er gebeurd is, vang hem op met ondersteunende gesprekken. De leerling moet voelen dat hij geloofd wordt.

    Let erop dat je geen beloftes doet die je niet kan waar maken.

    Ga in op de positieve eigenschappen van het slachtoffer of op positieve reacties van de groep. Ze kunnen het zelfbeeld van het slachtoffer ondersteunen.

    Bespreek de concrete pestsituaties en bespreek alternatieve reactiemogelijkheden.

    Wat had je kunnen doen?

    Hoe zou je in het vervolg kunnen reageren?

    Ga na waarom het slachtoffer gepest wordt. Is het vlug geraakt, laat het zich makkelijk doen, reageert het verkeerd? Soms zal het slachtoffer extra begeleiding nodig hebben zoals leren opkomen voor zichzelf, sociale vaardigheidstraining en dergelijke. Ga ook na welke oorzaken de dader heeft gevonden om zijn gedrag voor zichzelf en de omgeving goed te praten en pak die denkdistorties aan.

    Ken je grenzen en probeer het probleem daarom niet alle problemen alleen op te lossen.

    Informeer het team van de toestand via de klassenraad.

    De pestkop:

    Spits u toe op zijn negatief of ongewenst gedrag, niet op zijn persoon.

    Laat nooit blijken dat iemand iets is komen vertellen. U hebt het pesten zelf gemerkt.

    Wijs hem op de gevaren die dat pestgedrag ook voor hem kan hebben.

    Maak samen afspraken

    Wat doe je om het goed te maken?

    Wat als het nog eens gebeurt?

    Hoe ga je erop letten?

    Ga op zoek naar de reden waarom hij pest (mogelijke conflicten, op zoek naar aandacht, aanzien willen). Soms is verdere begeleiding (karakterproblemen, zelfcontrole) nodig. Bespreek dit met het CLB en de klassenraad.

Acties voor de ouders:

    Ouders van pestende of gepeste kinderen voelen zich verveeld of beschaamd om het probleem bekend te maken. Een vertrouwenspersoon op school kan die drempel verlagen.

    Het nieuws kan bij de ouders van de pestkop hard aankomen, als een beschuldiging. De pestkop kan thuis immers voorbeeldig en rustig zijn. Vertel uitvoerig wat op school gebeurt. Stimuleer de ouders om met hun kind het probleem te bespreken en niet meteen te bestraffen.

    Ouders van de gepeste willen het potje vaak gedekt houden omdat ze bang zijn dat hun kind nog meer het slachtoffer wordt. Overtuig hen dat er oplossingen zijn. Help ze met hun kind zoeken naar de oorzaak van het pesten en naar alternatieve reacties op concrete pestsituaties (rustige, humoristische reacties). Ouders kunnen hun kinderen ook stimuleren om naar de jeugdbeweging, hobbyclub of academie te gaan, milieus waar ze misschien niet worden gepest. Zo winnen de kinderen aan zelfvertrouwen.

    Ouders van kinderen die niet rechtstreeks met een pestgeval te maken hebben, kunnen de rol van hun kind bespreken.

    Luisteren naar de pestverhalen van hun kind, ze bespreken met de leerkrachten en andere ouders, duidelijk maken waar de grenzen liggen.

5. Een strategie op langere termijn

De bedoeling van een strategie op langere termijn is voorwaarden te scheppen die het behoud van de verankering kunnen garanderen.
Dat omvat:
    * het aanvullen van omgevingscontrole met zelfcontrole,
    * het aanvullen van controle door volwassenen met mogelijkheden voor leerlingen tot het zelf oplossen van onderlinge conflicten en machtsmisbruik,
    * het inwerken op achtergrondfactoren bij pestkoppen en kinderen die gepest worden.
Op het niveau van de school betekent dat de ontwikkeling van structuren en maatregelen die de integratie van het actieprogramma tegen pesten in het schoolwerkplan en de schoolcultuur bevorderen.
    * informeren en sensibiliseren,
    * signaleren en interveniëren van/door leerkrachten,
    * signaleren en interveniëren van/door overig schoolpersoneel, signaleren en interveniëren van/door ouders,
    * signaleren en interveniëren van/door leerlingen,
    * signaleren en interveniëren van/door inrichtende macht of directie.
Kerndoelen zijn:
    Bewustwording

Allereerst moet de schoolleiding doordrongen zijn van de ernst van de pestproblematiek in het algemeen. Daarnaast moet het besef groeien dat de eigen school hier zelf ook mee te maken heeft, of er nu wel of geen concrete problemen aan het licht zijn gekomen. De schoolleiding moet zich ook realiseren dat er iets aan de problemen gedaan kan worden, wat er precies gedaan kan worden, en welke rol de leiding hierin zelf heeft.

Daarnaast kan de leiding zich specifiek wat de eigen school betreft onder andere informeren door middel van de zogenoemde Pesttest. Leerlingen moeten voor deze test anoniem vragen beantwoorden. De test geeft zicht op wat voor pesterijen er plaatsvinden en waar en hoeveel er gepest wordt in een groep, klas of school.

De aanpak van pestproblemen staat overigens niet op zichzelf, maar moet onderdeel zijn van een schoolbeleid dat onder meer aandacht besteedt aan een goed opvoedkundig klimaat op school.

    Stellingname:

De schoolleiding moet zowel naar de leerkrachten, als naar de leerlingen, als naar de ouders duidelijk maken dat pesten niet toelaatbaar is. Slachtoffers weten dan dat "de school" in principe aan hun kant staat, pesters en leerlingen die pesters zouden kunnen gaan worden krijgen in de gaten dat er op ze gelet wordt.

Voor leerkrachten heeft dit aan de ene kant tot gevolg dat ze bewust worden van een bepaalde verantwoordelijkheid, aan de andere kant dat ze gesteund worden door het besef dat niet alle last alleen op hun schouders rust.

Op de school kunnen posters opgehangen worden en de leiding kan de schoolkrant gebruiken om aan iedereen duidelijk te maken hoe de zaken er voor staan.

Ouders kunnen ingelicht worden door middel van een folder en een ouderavond.
    Maatregelen:

Als de schoolleiding geen maatregelen neemt is de kans klein dat er verbeteringen in de pestsituatie komt. Ook zal de geloofwaardigheid van de schoolleiding er sterk onder lijden: "veel woorden maar geen daden". Het is de rol van de schoolleiding om te zorgen voor een bepaalde systematiek om het pestprobleem op school aan te pakken.

Om te zorgen dat het ingrijpen volledig is en langdurige verandering oplevert, is het belangrijk dat:

    de aanpak op democratische wijze tot stand komt

    de aanpak stoelt op het geven van informatie

    dat iedereen bij de problematiek betrokken wordt

    het schoolklimaat verbetert

    het gezag op een passende wijze wordt uitgeoefend

    men gebruik maakt van een overkoepelend verklaringsmodel
      o voor het ontstaan en de bestrijding van pesterijen,
      o en van de drie psychologische mechanismen


    de samenzwering om te zwijgen

    het omstanderdilemma

    de neiging het slachtoffer de schuld te geven

    de aanpak goed naar alle betrokken schoolgeledingen gecommuniceerd wordt.

    leerkrachten, leerlingen, ouders, ondersteunend personeel, CLB, inrichtende macht en raden moeten goed op de hoogte worden gebracht.

    Er rekening gehouden wordt met de inbreng van de verschillende actoren.

    Deze schoolgeledingen officieel met elkaar afspreken dat ze de aanpak ondersteunen bijvoorbeeld door ondertekening van een pestprotocol waarin de hele aanpak uit de doeken gedaan wordt en er concrete maatregelen en activiteiten tot stand komen. Het is belangrijk dat deze maatregelen en activiteiten niet na een tijdje ophouden, maar voort blijven duren. De resultaten moeten ook gemeten worden om later te kijken wat het effect ervan is geweest.
Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van pesterijen:

Een handleiding opstellen die beschrijft hoe men binnen alle geledingen van de school om moet gaan met pestproblemen. Dit wil ook zeggen dat er een transparant sanctiebeleid aanwezig moet zijn. Dat dient heel consequent gevolgd te worden, zowel door directie als het leerkrachtenkorps.

Leerkrachten stimuleren en gelegenheid geven een cursus te volgen om pesten effectiever te hanteren.

Nagaan wat op de school de factoren zijn die veel stress bij de leerlingen veroorzaken en deze stress proberen te verminderen om de draaglast voor de leerlingen lichter te maken.

Het organiseren van een themadag over pesten; mogelijk voor één of meerdere klassen, al dan niet met daarbij ouders en gastsprekers.

Een stapje te ver gaan of te weinig rekening houden met een ander, is iets dat bij het opgroeien hoort. Kinderen experimenteren met hun relaties en hun gedrag en gaan dan wel eens een stap te ver. De daders moeten dan een stap terug doen en een oplossing zoeken voor de schade die ze hebben veroorzaakt. Niet wie zich onveilig voelt, maar degenen die het voor anderen onveilig maken, moeten hun gedrag veranderen.

Bij de lichte gevallen kunnen scholen daarbij een 'Geen blaam'-aanpak toepassen. Het gaat daarbij niet om te straffen, maar om ruimte te creëren voor daders en meelopers om een andere richting te kiezen. De bedoeling is pesters positieve plannen te laten maken om hun gedrag te veranderen en de situatie voor de gepeste leerling(en) prettiger en veiliger te maken. In ernstige gevallen van pesten is het soms nodig dader en slachtoffer tijdelijk van elkaar te scheiden door schorsing. De schorsing kan worden gebruikt om na te gaan welke oplossing er mogelijk is. Meer nog dan straf, kan daarbij een herstelprocedure positief werken:

    schulderkenning door de pester en

    een oprecht gebaar van de pester in de richting van de gepeste om schade te herstellen of aan het herstel van een veilige situatie bij te dragen.

Als zoiets niet lukt of niet mogelijk is, kan het nodig zijn de pester(s) over te plaatsen naar een parallelklas of naar een andere (vestiging van de) school. Het uitgangspunt blijft dat degenen die het voor anderen onveilig maken dan het veld moeten ruimen.

Iedere school is wettelijk verplicht vertrouwenspersonen aan te stellen, een klachtenregeling op te stellen en zich aan te sluiten bij een klachtencommissie. Via de schoolgids moet elke school de ouders en de leerlingen daarvan op de hoogte stellen. Bij ernstige gevallen van pesten kunnen ouders (en leerlingen) een klacht indienen bij de klachtencommissie. Dat doen ze bijvoorbeeld als het pesten nog steeds niet is gestopt of als ze ontevreden zijn over de manier waarop de school het pesten aanpakt.

Meestal zal het indienen van een klacht beginnen met een gesprek met de interne vertrouwenspersoon van de school. Die treedt dan bij het vervolg op als begeleider van de leerling en de ouders die de klacht indienen. Als zij hun klacht willen doorzetten, volgt contact met de externe vertrouwenspersoon en met de externe klachtencommissie. De klachtencommissie hoort de betrokkenen en adviseert vervolgens het bestuur van de school over te nemen stappen.

Bij ernstige en langdurige gevallen van pesten - zeker vanaf de laatste jaren van de basisschool - zou je kunnen spreken van 'herhaald geweld'. Vaak is daarbij ook sprake van vormen van 'stalking': opwachten en hinderen op de weg van school naar huis, scheld- en dreigtelefoontjes, anonieme briefjes of SMS-berichten met bedreigingen, hate-mail via het Internet, enz. Hoewel het nog (te) weinig wordt gedaan, bestaat in zulke gevallen de mogelijkheid voor de ouders of de school om contact op te nemen met de politie. Wat buiten school niet mag volgens de wet, mag binnen de sfeer van de school ook niet. Het kan van belang zijn gemene pesters in een vroeg stadium duidelijk te maken hoever zij over de streep zijn gegaan en dat zoiets niet alleen in school maar ook in de maatschappij verboden is.

6. Praktische aanpak op lange termijn.

Concreet onderscheiden we in de strategie de volgende onderdelen:

Integratie van de gedragscode tegen pesten in het schoolwerkplan.

Dat betekent dat op geregelde tijdstippen aan de stelling van de school 'pesten wordt op deze school niet getolereerd' door acties wordt herinnerd.

Het opvolgen van maatregelen om gelegenheden tot pesterijen te voorkomen.

    Zoals verhoogd toezicht, niet zozeer de kwantiteit maar vooral de kwaliteit
    Wijzigingen in de organisatie van de speelplaats of de pauze
    Wijzigingen in de begeleiding bij het leerlingenvervoer
    Wijzigingen in de organisatie van de contacten met ouders
    Ontwikkeling van strategieën op het niveau van de klas
Waardoor het niet tolereren van pesten deel gaat uitmaken van de werking binnen de klas. Dat omvat onder meer
    Het blijvend installeren van methodieken om het pesten in de klas te signaleren Het bevorderen van de oplossing van pestincidenten door de leerlingen zelf
    De opvolging van de herstelcontracten die pestkoppen onderschrijven, zodat het tonen van waardering voor dit regelvolgend gedrag op klasniveau mogelijk wordt.
    Ontwikkeling van een strategie om het gedrag van pestkoppen beter te leren begrijpen (functieanalyse) en zodoende tot een indicatiestelling voor interventie te komen.

Bijvoorbeeld:

    In welke mate spelen gebrek aan zelfcontrole, agressieve eigenschappen, sociale vaardigheidstekorten en desgevallend ruimere omgevingsfactoren een rol in het agressief gedrag zal er worden gekozen voor
      zelfcontrolestrategieën,
      sociale vaardigheidstraining,
      aansluitende beïnvloeding van de opvoedingsvaardigheden van de ouders ...?
      Ontwikkeling van een strategie om het gedrag van gepeste kinderen beter te leren begrijpen (functieanalyse) en zodoende tot een indicatiestelling voor interventie te komen.
Bijvoorbeeld:
    In welke mate spelen sociale vaardigheidstekorten een rol?
    Welke beïnvloeding van het opvoedingsgedrag van ouders kan nuttig en nodig zijn... ?
    Wie wordt er betrokken op lange termijn?

Bij de ontwikkeling en uitwerking van een strategie op lange termijn is een bijzondere rol weggelegd voor het CLB-team

Een grondige (functie)analyse van het regelovertredend gedrag van pestkoppen, evenals bij het formuleren van hypotheses en het ontwikkelen van remediëring. Ook bij het analyseren van de problemen en het uitvoeren van interventies kunnen CLB-consulenten een belangrijke rol spelen.

Voorwaarde hiervoor is wel dat deze consulenten zelf in methodes voor gedragsanalyse en gedragsmodificatie geschoold zijn, dat ze een goede werkrelatie met de school hebben opgebouwd, en dat ze zich verdiept hebben in de schoolgerichte methode voor het aanpakken en voorkomen van pesten zoals die hier beschreven wordt.

Soms overstijgen echter de problemen bij pestkoppen en gepeste kinderen de mogelijkheden van school en het CLB-team, en moet er kunnen worden gerekend op meer professionele psychologische hulp.

Acties op het niveau van de school (lange termijn)

Eerst zal er een grondplan van de school gemaakt moeten worden; daarop wordt aangeduid waar buiten de lesuren pestgedrag vaak voorkomt.

    Heeft dat iets te maken met de indeling van de klassen?
    Met het gebrek aan toezicht in die ruimten?
    Met een gebrekkige verlichting en dergelijke?
    Is het rumoerig in de gangen?
    Mogen de kinderen zelfstandig naar de wc of moeten zij dit eerst vragen?
Daarnaast moet gekeken worden naar de organisatie van de school:
    Hoeveel leerlingen zijn er in elke groep?
    Op welke uren zijn de leerlingen uit de klas?
    Gaan de leerlingen tegelijkertijd naar buiten?
    Hoe wordt het toezicht tussen de middag geregeld?
    Hoe verloopt de binnenkomst en het vertrek van de leerlingen?
    Hoe verlopen de contacten met de ouders?
    Welke bijeenkomsten worden er georganiseerd en wordt het pestgedrag op de agenda geplaatst?
    Komen de ouders de kinderen brengen en ophalen en welke kinderen komen en gaan alleen, welke gaan met openbaar vervoer, welke met de schoolbus?
    Is de begeleiding van schoolbus ingelicht?
    Is er contact met de ouders bij de ingang van de school?
    Worden de leerlingen op tijd gebracht?
    Zijn er andere contacten met de gezinnen?
    Veel nevenactiviteiten en een overzichtelijke en boeiende speelplaats voorkomen verveling en (dus) pesten.
    Een goed uitgebouwde dialoog tussen ouders en school en tussen leerkrachten en opvoeders onderling, zorgt voor een vlugge opsporing van een probleem.
Acties op klasniveau (lange termijn) Welke regels gelden in de klas?

    Mogen de kinderen zelfstandig werken of moeten ze dit in groepjes doen?
    Mogen ze de groepjes zelf kiezen of worden deze ingedeeld?
    Hoe treden de leerkrachten op: onmiddellijk, negeren, consequent, niets doen
    Hoe is de klassensamenstelling, is er een hiërarchie onder de leerlingen?
    Wordt het pestgedrag in de klas besproken? Zijn er duidelijke regels tegen het pesten?
    Welke sancties worden gegeven: o zich moeten verontschuldigen?

      Nablijven?
      het incident bespreken met de leerkracht, het schoolhoofd en/of de ouders?
    Andere mogelijke sancties zijn: betalen voor beschadigde eigendommen, tussenkomsten in de therapiekosten voor de gepeste en privileges (leuke dingen) uitstellen.
    Wat gebeurt er als een leerling de klas wegens wangedrag moet verlaten?
In de groep kun je samen met de leerlingen werken aan de concrete invulling van een gedragscode tegen pesten. De drie kernen daarvan zijn:
Respect:
    Hoe tonen we elkaar respect?
    Waar merkt een ander aan dat je haar / hem respecteert?
    Wat is niet respectvol?
    · …
Niet over de streep:
    Waar leggen we de streep tussen wat wel en niet acceptabel is?
    Wat is 'normaal'?
    Hoe maken we daar omgangsregels van?
    Hoe houden we in de gaten dat iedereen zich daaraan houdt?
Aanspreekbaar:

Hoe spreken we elkaar in de klas aan? (werken met groeten, contract maken, complimenten geven, vragen stellen en aanspreken) …

Het eenmalig afspreken van gedragsregels of een anti-pestprotocol is niet voldoende. Het gaat ook om het trainen van sociale vaardigheden en het leren conflicten zonder geweld op te lossen. Het werken daaraan kan een onderdeel vormen van de begeleiding in alle lessen. En het vraagt in school voortdurende aandacht van allen.

Het is daarom belangrijk dat afspraken over de dagelijkse omgang met elkaar door de leerlingen zelf worden gecontroleerd en dat er dagelijks/wekelijks ruimte is om het functioneren ervan samen te bespreken. De klassenvergadering of de kring biedt dan de ruimte om elkaar complimenten te maken, vragen te stellen of aan te spreken.

Voor leerlingen die licht ontvlambaar zijn en voor leerlingen die zich terugtrekken of te gemakkelijk laten overdonderen door anderen kan de school aparte trainingen verzorgen.

Leerlingen als vol bekijken, met ze praten, ze geloven, vertrouwen en verantwoordelijkheid geven, voorkomt frustraties en agressie.

Zorg voor een school waar iedereen zijn plaats heeft, waar geen anonimiteit heerst en niemand aan zijn lot wordt overgelaten

Stel samenwerking boven competitie. Kanaliseer geldingsdrang naar activiteiten als discussie en sport.

Werk een gedragscode uit, een soort reglement met betrekking tot pesten. Duidelijke afspraken over wat men toelaat of niet. En daar gepast en consequent op reageren. Alle leerlingen moeten de regels van bij het begin kennen. Ze moeten ook weten waar ze pesterijen kunnen signaleren. Wie ernaar streeft om (een aantal van) die regels samen met de groep op te stellen, zal minder ontgoochelingen oplopen en minder moeten sanctioneren. Zo groeien verbondenheid en verantwoordelijkheidsgevoel.

Tijdig ingrijpen:

Laat u niet vangen aan de drogredenen van de dader. Pesten kan niet, punt uit!

    bevorder de communicatie
    maak duidelijk dat bedreigen niet kan
    laat iedereen aan het woord komen
    neem het slachtoffer ernstig
    organiseer een procedure voor het melden van pestproblemen
    druk erop dat dit melden geen klikken is
    geef een feedback aan iedereen over die wijze van aanpak
    motiveer de slachtoffers om zich kenbaar te maken

Trek de partijen uit elkaar door de pester te verplaatsen.
Verplaats je de gepeste dan krijgt zijn persoonlijkheid een nieuwe deuk en gaat de pester nog eens triomferen. (De kans is zeer groot dat hij een nieuw slachtoffer zal zoeken en verder zal doen.)

Belangrijk:

Laat u niet verleiden tot discussies over het waarom van het pesten. De schuld wordt immers meestal bij het slachtoffer gelegd. Pesten kan en mag niet, ongeacht de oorzaak!

Acties op individueel niveau (lange termijn)
    Wie zijn de pesters?
    Wie zijn de slachtoffers?
    Uit welke gezinnen komen de pesters en de slachtoffers?
    Zijn er andere mogelijke verklarende omstandigheden bij deze kinderen?
    Bevorder de sociale contacten.
    Betrek het slachtoffer bij de groep.
    Promoot samenwerken.
    Integreer iedereen in de groep door bij voorbeeld een beurtrol van zitplaatsen toe te passen.
    Wordt het pesten met deze leerlingen besproken?
    Geeft het slachtoffer zijn persoonlijkheid terug
      o door actieve campagnes tegen roddel
      o door het slachtoffer te geloven
      o door actief wat aan het pestprobleem te doen

    Incidentgesprekken.
    Herstelgesprekken met pestkoppen.
    Ondersteunende gesprekken met slachtoffers.
    Begeleidende gesprekken met zowel pestkoppen als slachtoffers, wanneer blijkt dat verdere hulp is vereist.

7. Rol van de CLB-medewerker

Gezien de heroriëntering van de taak van het CLB waarbij de cel leerlingbegeleiding het centrale gegeven wordt, is het wenselijk na te gaan op welke wijze die centra bij een aanpak van pesten op school betrokken kunnen worden. De opdracht van die cel bestaat o.m. uit

    het coördineren van preventieactiviteiten en bijscholing,
    opzetten van werkgroepen en/of projecten,
    uitbouwen van een signaleringsnetwerk,
    bespreken van individuele probleemleerlingen, gedragsregels en sancties.

In deze nieuwe visie vervult het CLB-team een complementaire rol ten aanzien van de school.

Wanneer we deze rol vertalen naar de opbouw en uitvoering van het actieprogramma pesten, liggen de taken die een CLB-medewerker bij de uitwerking ervan kan opnemen, op eenzelfde lijn.

We vertrekken daarbij met de aanpak op drie niveaus:

    de school,
    de klas,
    de individuele leerlingen.

Als de pesters niet stoppen heb je het recht om de geweldloze bemiddeling van anderen te vragen. Dat is geen klikken of klagen, het is een geaccepteerde manier om je tegen pesten of geweld te verdedigen. Klasgenoten kunnen je daarbij helpen.

Daarom moet de school moet er voor zorgen dat leerlingen met hun vragen om bemiddeling terechtkunnen bij iemand die goed luistert en kan bemiddelen. Elke klassenleerkracht of mentor zou die rol moeten kunnen vervullen. Want de meeste kleine ruzies en de eerste aanzetten tot pesten zijn meestal in de sfeer van de groep oplosbaar.

Maar daarnaast is het nodig dat er in de school deskundige vertrouwenspersonen, leerlingbegeleiders en schoolleiders zijn die als bemiddelaar kunnen helpen.

Tegenwoordig zijn er ook scholen die werken met leerlingen als bemiddelaars voor ruzie en pesten. Het gaat dan om getrainde leerlingen die goed worden begeleid door een leerlingbegeleider. In de praktijk blijkt dat leerlingen die gepest worden zich makkelijker bij een leerlingbemiddelaar (CLB) melden en dat die bemiddeling vaak ook goed werkt.

Acties op schoolniveau (CLB)

De onderstaande aspecten behandelen mogelijke taakaspecten van het CLB-team. Het is niet de bedoeling dat het CLB-team al die taken op zich neemt, maar inzicht krijgt in een mogelijke bijdrage en vlotte samenwerking met de school, leerkrachten, ouders en andere betrokkenen welke elkaar op deze domeinen wederzijds kunnen ondersteunen en aanvullen.

Niet te verwaarlozen is de mogelijke inbreng van de schoolarts op het domein van het signaleren, wanneer hij/zij tijdens het onderzoek door leerlingen in vertrouwen wordt genomen of zelf een vermoeden heeft.

De CLB-medewerker kan op de eerste plaats betrokken worden bij de planning en de uitvoering van het informatie- en sensibiliseringsproces bij ouders, leerkrachten en overige personeel.

Hij of zij wordt dan mede stuwende kracht bij de ontwikkeling van een gedragscode op de school die de afspraken vastlegt m.b.t. wie wat kan doen als er een pestgeval wordt opgemerkt.

Een eerste fase bij de ontwikkeling van deze code omvat de verzameling en rapportering van informatie over het pesten op school:

    Waar komt het voor?
    Wanneer en in welke vormen komt het voor?
    Welke risicofactoren of beschermende aspecten kent de school.

Diverse doelgroepen dienen voor deze afspraken gesensibiliseerd te worden.

Heel concreet denken we dan aan de organisatie van een ouderavond over pesten of een pedagogische studiedag voor leerkrachten. In de praktijk zal dat vaak betekenen dat de CLB-medewerker lid wordt van een werkgroep "Pesten op school".

Acties op klasniveau (CLB)

De rol op het niveau van de klas is minder duidelijk en vaak ook minder gewenst.

Het best zijn het de leerkrachten zelf die de discussie met de leerlingen aangaan over het pesten en klasafspraken maken in de groep.

Verdere navorming voor de leerkrachten zoals bvb. m.b.t. actieve werkvormen kan echter noodzakelijk blijken. Op dat moment moeten de pedagogische begeleiding of de centra voor navorming instaan voor de uitwerking of de organisatie ervan. Desgevallend kan een deel van de organisatie of uitwerking opgenomen worden door het CLB-team.

Het is duidelijk dat er voor een CLB-team heel wat te doen valt. Het kan een gunstige invloed hebben op de evolutie van het project in de school, niet het minst omdat de CLB-medewerkers als externe deskundigen meer ruimte en armslag kunnen hebben voor de uitvoering van bepaalde onderdelen.

Acties op individueel niveau (CLB)

De rol en deelname van de CLB-medewerker op het individuele niveau lijkt voor scholen een evidente verwachting.

Zoals hoger al aangegeven, is die toegespitst op de analyse van problemen, ervaren door leerlingen die pesten of gepest worden.

Zo kunnen ze meer dan leerkrachten inspelen op de reële behoeften bij leerlingen die pesten of gepest worden al dan niet in samenwerking met de ouders.

Het biedt tevens de mogelijkheid een tussenschakel te zijn bij de doorverwijzing naar meer gespecialiseerde instanties wanneer uit de probleemanalyse blijkt dat meer gespecialiseerde hulp nodig is.

8. Praktische en concrete tips:

Voor leerkrachten

    Ook leerkrachten merken wel vaker dat een kind zich niet lekker voelt of niet goed valt in de groep. De manier waarop pesten gewoonlijk gebeurt, samen met het zwijgen van de leerlingen, maken dat ook hier informatie ontbreekt. Jammer genoeg wordt pesten zowel voor scholen als ouders soms pas duidelijk op het ogenblik dat zich eerder extreme gevolgen voordoen.

    De realiteit leert ons dat ouders en leerkrachten uiterst weinig met pestkoppen over het pesten spreken. Pestkoppen gaan meestal vrijuit.

    De leerkrachten moeten

      * oog hebben voor details die op pesten wijzen,
      * agressie voorkomen,
      * leerlingen meer eigen verantwoordelijkheid geven en hen evalueren op het nemen van die verantwoordelijkheid. (Dit kan door even tijd uit te trekken in de les als er zich een pestsituatie voordoet om samen met de klas die situatie te analyseren en op te lossen.)
      * leerlingen leren creatief om te gaan met schoolfrustraties en werken aan
      * stressbestendigheid
      * assertiviteit
      * behoud van hun eigen identiteit
      * leren beslissen in functie van hun eigen aanvoelen en leren consequent zijn in die beslissingen
      * leren luisteren naar elkaar
      * leren hun mening herzien op basis van valabele argumentatie en niet op basis van bedreiging of emotie
      * de klas vanaf eerste schooldag met duidelijke afspraken begeleiden om de onderlinge strijd tussen leerlingen in goede banen te leiden; zelf als leraar respect afdwingen door een positieve manier van leiding geven
      * respect hebben voor de leerlingen en hun problemen en hun emoties
      * van pesten een lesthema maken
      * onvoorwaardelijke en onmiddellijke hulp bieden aan het slachtoffer
      * gesprek voeren met pester en zijn ouders
Voor leerlingen

    Het pesten is, zoals hoger aangegeven, een zaak van meerdere kinderen. We kunnen onderscheid maken tussen groepjes leerlingen die actief bij het pesten betrokken zijn.

    Binnen die groepjes kan een centrale figuur of aanvoerder gevonden worden. Soms zijn het enkele kinderen die in deze voortrekkersrol samenspannen. Daarnaast kan die voortrekker of 'leider' rekenen op de hulp van anderen. Ze kunnen meelopers genoemd worden of supporters. Hun rol is die van aangever, helper, op wacht staan, koor vormen en dergelijke meer. Ze zijn wel degelijk actief betrokken bij het pesten.

    Er zijn de meer passieve getuigen. Dat zijn leerlingen die het pesten zien gebeuren, maar niet tussenkomen. We zullen ze verder neutrale leerlingen uit de middengroep noemen. Hun rol mag niet worden verwaarloosd. Uiteraard zijn er de gepeste kinderen (een of meer) zelf. Dat zijn kinderen die voortdurend het mikpunt zijn van pesterijen.

Klas titularis:
    * Een voorbeeld zijn, het is uitermate belangrijk dat de leerkracht zich in zijn rol als leerkracht een lichtend voorbeeld is.
    * Samen met zijn leerlingen stelt hij een "antipestverdrag" op.
    * Oog hebben voor details die op pesten wijzen.
    * Agressie voorkomen.
    * Leerlingen meer eigen verantwoordelijkheid geven en hen evalueren op het nemen van die verantwoordelijkheid. (Dit kan door even tijd uit te trekken in de les als er zich een pestsituatie voordoet om samen met de klas die situatie te analyseren en op te lossen.)
    * Leerlingen leren creatief om te gaan met schoolfrustraties.
    * werken aan
      o stressbestendigheid,
      o assertiviteit van kinderen,
      o de klas vanaf eerste schooldag met duidelijk afspraken begeleiden om de onderlinge strijd tussen leerlingen in goede banen te leiden,
      o zelf als leraar respect afdwingen door zijn positieve manier van leiding geven,
      o respect hebben voor zijn leerlingen en hun problemen en hun emoties, o van pesten een lesthema maken,
      o onvoorwaardelijke en onmiddellijke hulp bieden aan het slachtoffer,
      o gesprek voeren met pester en zijn ouders.
Leerkracht met toezicht op de speelplaats
    * Weten wie er in het oog moet gehouden worden.
    * Welke zone is de veilige zone.
    * Wordt er in de veilige zone het asielrecht gehandhaafd.
    * …
Leerlingensecretariaat
    Vooral ter beschikking staan en de strategie to the point toepassen.

9. Getuigenissen van gepeste jongeren en ouders:

Deze getuigenissen zijn letterlijk overgenomen en kunnen als probleemstelling gebruikt worden in de klas.
Niemand hoeft te accepteren dat hij of zij wordt gepest.

Getuigenissen van jongeren:
    Terugkatten

    Als ze iets tegen mij zeggen, van stomme oorbellen of zo, dan zeg ik meteen: 'Kan jij niet krijgen, zeker?' Of als een meisje roept dat ik dik ben, dan zeg ik: 'Bij jullie is het eten zeker smerig, dat je zo dun bent?' Je moet altijd proberen om iets terug te zeggen.

    Carla (15)

    Jiu-jitsu

    Ik ben op drie scholen gepest, alleen waar ik nu zit gaat het goed. Ze zeiden altijd 'droppie' tegen me, of 'houtskoolkop'. En ik zei niks terug, want ik was bang. Vorig jaar ben ik op jiujitsu gegaan en nu voel ik me niet bang meer. Ik weet nu, als iemand mij wil pakken, dan kan ik hem aan. Ik voel me zekerder.

    Dhiradj (15)

    Bijnamen

    Tegen mij zeggen ze altijd 'apie' of 'orang oetan'. Ik heb voor hen ook allemaal bijnamen verzonnen. 'Ballekop' en 'chips-oor' en 'vetbuik'. Als ze tegen mij beginnen, roep ik meteen terug. Dan heb ik nog wat te lachen ook."

    Abbie (15)

    Niks zeggen

    Toen ik op mijn nieuwe school kwam, op de eerste dag, zaten ze meteen te giechelen en te fluisteren, omdat ik heel erg klein ben. Ik deed net of ik niks hoorde en ik liep gewoon de klas in. Daarna heb ik er niks meer van gemerkt. Als iemand heel erg naar mij kijkt, dan kijk ik wel eens terug. Dat helpt ook.

    John (13)

    Erop af!

    Een paar meiden in mijn klas zat al een hele tijd te zeiken over het feit dat ik dunne benen heb en zo. Na een tijdje hadden ze iets nieuws: ze zeiden tegen iedereen dat ik lesbisch was. Ik voelde me ontzettend rot, maar mijn vader zei dat ik moest vragen waarom ze zo deden. Toen ben ik op een klassenavond naar ze toe gegaan en ik heb het gevraagd. Ze zeiden niks. Ik vroeg het nog een keer en toen zei ik dat ik naar de rector zou gaan als ze niet ophielden. Ze zijn er nu mee opgehouden.

    Willemien (14)

Getuigenissen van ouders:
    Gaan praten

    Kinderen durven heel vaak niet tegen hun ouders te zeggen dat ze gepest worden. Maar als je thuis niks zegt en toch vaak een beetje moeilijk doet of chagrijnig bent, dan verpest je voor jezelf thuis de sfeer ook nog eens een keer. Dus je kunt beter je hart luchten.

    Zelf oplossen

    Mijn zoon kwam met een kapotte broek en zonder tas thuis. Hij moest toen wel vertellen dat hij gepest werd. Ik schrok toen ik hoorde dat het al maanden aan de gang was. Hij wilde niet dat ik naar de vader van een van de pestkoppen ging, dan zou hij nog erger gepest worden. We hebben afgesproken dat hij eerst zelf naar de klassementor zou gaan. Als dat niks hielp zou ik mee gaan.

    Meteen komen

    Volwassenen moeten natuurlijk goed uit hun doppen kijken, dat is het belangrijkste. Maar ze zien niet alles. Dus als je wordt gepest, meteen naar je leraar toegaan. Want hoe langer pesten doorgaat, hoe moeilijker het wordt om er iets aan te doen. Het kan een afschuwelijke gewoonte worden.

    Ga naar een club

    Als je op school of op straat heel erg wordt gepest, moet je zorgen dat je ergens anders toch plezier beleeft. Dus je moet iets gaan doen waar je van houdt. Een sport of muziekles of toneelles bijvoorbeeld. Je moet in elk geval zorgen dat je nog andere dingen doet dan alleen in die pestomgeving rondhangen.

    Altijd iets doen

    Wie steeds de dupe is van pesterijen, die moet in elk geval iets doen. Je hoort wel eens iemand zeggen: trek je er niets van aan, laat niks merken, maar dat is fout. Ik heb zelf vroeger gestotterd en als kinderen lachten, deed ik altijd net of ik niks hoorde. Maar op het laatst was ik zo driftig, ik kon wel iemand doodslaan. Het is altijd beter om meteen te zeggen: wil je daar mee ophouden!

    Samenwerken

    Volgens mij moeten meelopers, dus zo'n groepje dat te bang is om iets tegen het pesten te doen en daarom maar zelf mee gaat pesten, volgens mij moeten die met elkaar iets proberen af te spreken. Bijvoorbeeld dat ze met zijn tweeën of drieën tegen de pestkop gaan zeggen dat het gemeen is. Of dat ze het gepeste kind op een andere manier gaan verdedigen. Dan verandert er iets in de gewoonten van zo'n groep en dat helpt, denk ik.

10. Uitnodiging:

    Directies, onderwijzend personeel, administratief personeel, ouders, leerlingen en anderen die met kinderen werken en willen getuigen over de mogelijkheden en onmogelijkheden de successen en mislukkingen van hun bijdrage om pesten tegen te gaan, kunnen met hun reacties bij ons terecht. Kinderen die hun verhaal kwijt willen (zowel pester, gepeste als getuigen) nodigen wij uit hun belevenissen ook door te sturen. (Klasseopdracht?) Ook tekeningen zijn welkom.

    SASAM vzw ontvangt graag reacties op volgende wijze:
      e-mail:
      info@sasam.be