HOE SUCCESVOL IS ONZE HUIDIGE WETGEVING ?

     
     

Resultaten van de Belgische rechtspraak omtrent geweld en pesterijen op het werk

De bron voor deze tekst is een document dat ter beschikking is op de site van de federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg met een samenvatting van de Belgische rechtspraak met betrekking tot geweld en pesterijen op het werk. De belangrijkste elementen staan hieronder samengevat.

Hopelijk kunnen de voorbeelden van succesvolle processen ook doelwitten de moed geven om acties te ondernemen. Je zou onderstaande voorbeelden (indien gelijkaardig) kunnen aanhalen bij je werkgever om te laten voelen dat je een zaak hebt.

Tips

Iets wat opvalt bij de studie van onderstaande processen is dat je best eerst start met een informele procedure, daarna een formele procedure via de preventieadviseur alvorens naar het gerecht te stappen, het verslag kan dienen als extra "bewijs".

Ga ook naar een dokter die eventueel kan bevestigen dat je psychosomatische klachten hebt door de werkomgeving.

Hou een dagboek, brieven en correspondentie bij over de angsten die je uit en in het algemeen over de bezwarende feiten die gepleegd zijn.

Indien van toepassing, toon aan dat je als enige een ongunstige behandeling kreeg en benadruk dat bepaalde (pijnlijke) veranderingen in jobinhoud niet verantwoord worden door uw werkgever.

Algemeen

De arbeidsrechtbanken hebben 275 definitieve uitspraken gedaan die het voorwerp zijn geweest van 30 beroepen. Daarnaast hebben de rechtbanken voor 32 beslissingen nog geen definitieve uitspraak gedaan. 250 van deze beslissingen werden ten gronde gewezen. 96 beslissingen betroffen feiten in de openbare sector, 179 beslissingen betroffen feiten in de privésector. Het aantal beslissingen in functie van de aard van de aantijgingen staan samengevat in onderstaande tabel.

Onderwerp aantal
Pesterijen en OSGW 8
OSGW 5
Psychisch geweld 5
Pesterijen 139
Feiten die Pesterijen en geweld uitmaken 5
Niet verduidelijkt 13

Bij de 337 vonnissen en arresten zijn er 135 die het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag niet onderzoeken, maar die enkel betrekking hebben op een ontslagproblematiek of die het voorwerp zijn van een afstand van geding of schrapping van de rol.

Van de in de totaal 202 resterende vonnissen zijn er:

    • 6 die het bestaan aanvaarden van feitelijkheden, die toestaan het bestaan van pesterijen te vermoeden
    • 12 die het bestaan van pesterijen aanvaarden
    • 1 die het bestaan aanvaardt van feiten die toestaan het bestaan van OSGW te vermoeden
    • 1 die het bestaan van geweld aanvaardt
    Men kan besluiten dat in 10% van de gevallen de vonnissen het bestaan van het ongewenst gedrag erkent en in slechts 6,4% als bewezen acht.

Aard van de vorderingen

Schadevergoedingen in voordeel eiser

Voor pesterijen of geweld werden 5 schadevergoedingen toegekend (4810€, 5000€, 5595,60€, 8400€ en 10.000€) op 91 vorderingen (5,5%).

Voor andere schade werden twee schadevergoedingen toegekend:

    • 2500€ voor morele schadevergoeding na niet tegemoetkomen van een belofte om te onderzoeken om werklast te verhogen
    • 4000€ tot herstel van het verlies van de kans om de crisis op te lossen door het laattijdig aanstellen van een preventieadviseur Voor het niet naleven van de bescherming tegen ontslag werden 30 schadevergoedingen toegekend op 162 vorderingen (18,5%).
Schadevergoedingen in nadeel van eiser

Voor het misbruik van de klachtenprocedure door de werknemer werden 3 schadevergoedingen toegekend op 18 vorderingen (16,6%).
Eén werd in hoger beroep vernietigd.

Voor de schade veroorzaakt door het tergend en roekeloos geding werden 6 schadevergoedingen toegekend op 45 vorderingen (13,3%).
Het arbeidshof heeft er 3 van tenietgedaan.

Ophouden van de aantijgingen

In twee gevallen uit 38 vorderingen (5,3%) werd besloten dat de werkgever een einde moest maken aan de pesterijen.

Maatregelen nemen.

In 6 gevallen uit 38 vorderingen (15,8%) moest de werkgever maatregelen nemen.

Welke gevallen deden in België het gerecht het bestaan van pesterijen vermoeden?

Er zijn 6 gekende gevallen. De elementen die pesterijen deden vermoeden waren de volgende:

    1. Eén motiveert zijn beslissing niet.
    2. Een met reden omklede klacht werd in de vorm van een brief afgegeven aan de gedelegeerd bestuurder van een vzw. Indien wat in de brief stond bewezen zou worden dan zou er sprake zijn van pesterijen. De werkgever reageerde echter niet op de klacht maar ontsloeg de werknemer 3 dagen na het indienen ervan. Op de dag van het ontslag stuurde de gedelegeerd bestuurder een rondbrief naar de andere personeelsleden die de doelstellingen van de vzw heroriënteert met doelstellingen die aangevoerd werden door de ontslagen werknemer. De voorzitter betwiste de argumenten van de vzw betwist de argumenten niet maar wilt enkel werken met andere personeelsleden. Een schadevergoeding van 10.000€ werd toegekend wegens het willekeurig ontslag.
    3. Een verslag van de preventieadviseur wordt door de rechtbank gebruikt om het vermoeden te rechtvaardigen. Een schadevergoeding van 810€ werd toegekend voor de schade bewezen door medische stukken en nog eens 4000€ voor de morele schade bewezen door verslag van preventieadviseur, medische stukken en brieven van de werknemer die zorgen uiten over zijn toekomstige loopbaan.
    4. Een onderwijzeres werd na 35 jaar door een gemeente overgeplaatst naar een andere gemeente zonder haar beslissing te motiveren en zonder te antwoorden op de brieven die ze daarop had gestuurd voor meer uitleg. De rechtbank kende geen schadevergoeding toe aangezien de gemeente later wel de verplaatsing kon motiveren en de persoon had gehoord. Echter, het arbeidshof nadien vernietigde deze beslissing.
    5. Een werkneemster wordt personeelsafgevaardigde bij het comité waarna ze door haar werkgever naar 6 verschillende arbeidsplaatsen wordt verplaatst zonder rechtvaardiging (na onderzoek). Integendeel, op haar originele werkplek wordt ze vervangen door een uitzendkracht.
    Taken werden gewijzigd zonder rechtvaardiging (na onderzoek).
    Ze werd in een winkel geplaatst zonder koopwaar.
    Ze werd valselijk beschuldigd van gedragsproblemen.
    Werkgever sluit haar uit bij overmaken wensen en paasgeschenk.
    De werkgever veranderde het arbeidsreglement om de personeelsafgevaardigde alsnog te kunnen ontslaan.
    De rechter ontbond de arbeidsovereenkomst ten nadele van de werkgever en kende 7.333€ schadevergoeding toe en nog eens 10.000€ voor herstel van de schade. Schade werd geïnterpreteerd als volgt:
      a. Kosten door de verplaatsingen en de daarmee gepaard gaande verloren tijd
      b. De onmogelijkheid om overlevingspensioen te combineren met vervangingsinkomen
      c. Moeilijkheid om opnieuw in arbeidsproces te worden geïntegreerd
      d. Het verlies van de kans om de beschermingsvergoeding te genieten door het ontbinden van de arbeidsovereenkomst.
    6. Een huishoudster wordt gedegradeerd tot assistent-huishoudster nadat een nieuwe huishoudster wordt aangeworven. Discriminerende gedragingen werden door de werkneemster gemeld aan de werkgever maar die reageerde niet. Er waren psychologische verslagen die de posttraumatische stresstoestand door feiten die kenmerkend zijn voor pesterijen vaststellen en die werden niet betwist door de werkgever. De rechtbank kende 5000€ schadevergoeding toe.

Welke gevallen waren in België voor het gerecht de pesterijen bewezen geacht?

Er zijn 12 gekende gevallen. De elementen die toelieten pesterijen als bewezen te achten zijn de volgende:

    In één vonnis geeft de rechtbank geen concrete gegevens weer die eigen zijn aan de situatie om het bestaan van de pesterijen aan te tonen, maar beperkt ze zich ertoe deze vaststelling af te leiden uit overeenstemmende gegevens, zoals het verslag van de preventieadviseur (die tal van collega's heeft ondervraagd), schriftelijke getuigenissen die door de werknemer werden ingediend en het geneeskundige verslag van de geneesheer van de eiser. Zij vermeldt enkel dat de pesterijen herhaaldelijk tot uiting kwamen door racistische gedragingen, beledigende woorden en misprijzende houdingen die bij de werknemer een diep leed hebben veroorzaakt. Geen schadevergoeding werd toegekend.
    In een andere zaak stelt dezelfde rechtbank een pestsituatie vast die wordt gevormd door spotternijen of misplaatste opmerkingen tijdens de periode vóór de inwerkingtreding van de wet van 11 juni 2002. Ze leidt deze vaststelling af uit de verslagen van de personeelsdienst en van de geneeskundige dienst, uit de verklaringen van de werknemer, die werden bevestigd bij de persoonlijke verschijning en uit het verslag van de geneesheer. Geen schadevergoeding werd toegekend.
    Het derde vonnis gaat over een landbouwingenieur die door een gemeente in dienst was genomen om haar stedenbouwkundige dienst te beheren. Twee negatieve evaluaties verliepen niet volgens de procedure van het arbeidsreglement. De werknemer werd bewust elke mogelijkheid van professionele vooruitgang ontzegd (de aangekondigde aanwervingsexamens werden niet georganiseerd). Tijdens een ziekteverlof van de werknemer wierf de gemeente met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (en niet met een vervangingscontract) een persoon aan die de verantwoordelijkheden van de werknemer overnam en die zijn bureau en zijn informaticamateriaal kreeg. Bij zijn terugkeer uit ziekteverlof kreeg de werknemer een tafeltje toegewezen onderaan de trappen, zonder materiaal, dossiers of telefoon. De schadevergoeding bedroeg 6 maanden loon.
    In het vierde vonnis is wellicht een zaak betreffende een pester van het type opzichter. Het feit de werknemer de toegang te ontzeggen tot de opleidingen en tot de materiële ondersteuning die volstrekt noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van juridisch adviseur (geen computer, geen documentatie, geen printer), het feit de persoonlijke bezittingen van de werknemer wiens bureau tijdens zijn afwezigheid werd verhuisd op de grond door elkaar te laten rondslingeren, het feit de werknemer te vragen modelbrieven te gebruiken waartoe hij geen toegang had, het feit dat aan een secretaresse niet toegestaan werd nog langer voor de werknemer te werken terwijl meerdere secretaressen die geen werk hadden, hun medewerking hadden aangeboden. Een vergoeding van 31.417 EUR werd toegewezen.
    In het vijfde vonnis werd de motivering die door de werkgever werd gegeven om een ontslag van een werknemer te verantwoorden (slechte prestaties, niet-naleving van termijnen) verworpen. De rechtbank heeft zich gebaseerd op de concrete feiten, de verklaringen van collega's, het verslag van de preventieadviseur om te besluiten tot het bestaan van pesterijen. De werknemer werd verboden om deel te nemen aan vergaderingen en evenementen, betaling van de overuren een maand na de anderen, vernedering, aanzienlijke werkdruk, verbod voor de collega's met de werknemer te praten, verstrekken van valse informatie aan de ondernemingsraad, valse beschuldigingen, zwartmaken bij andere personeelsleden, permanente correcties, intrekking van verantwoordelijkheden, zijn werk negatief beoordelen. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van 25.000 EUR.
    In een zesde vonnis is de werknemer een vrijwillige effectieve brandweerman in dienst van een gemeente. Zijn commandant deelde hem een lijst van tekortkomingen mee die hij weerlegde. Hij diende bij de preventieadviseur een met redenen omklede klacht in. Er werd tegen hem een tuchtdossier geopend. Voor de rechtbank heeft de werknemer elke fout weerlegd die hem ten laste werd gelegd. De rechtbank was van oordeel dat de gemotiveerde antwoorden van de werknemer geloofwaardig waren, dat de ten laste gelegde klachten leugenachtig en onbeduidend waren, dat hij derhalve wederrechtelijk werd geschorst op eenzijdige beslissing van de commandant die de bevoegdheden van de gemeenteraad heeft aangetast. De rechtbank kende in totaal 6000€ schadevergoeding toe.
    In het zevende vonnis beroept de rechter zich enkel op de ingediende stukken en meer bepaald op het verslag van de preventieadviseur om het bestaan van de pesterijen vast te stellen.
    In het achtste vonnis is de rechtbank van oordeel dat de directrice van een opvangcentrum het voorwerp is geweest van pesterijen door bepaalde werknemers van de vereniging met het kennelijke en duidelijk geuite doel haar vertrek te bewerkstelligen. Zij beroept zich op de dossiers van de partijen, alsook op hun argumenten betreffende het willekeurige karakter van het ontslag. De rechtbank is van oordeel dat het kennelijk onrechtmatig is de verantwoordelijkheid voor een slechte arbeidssituatie situatie uitsluitend bij de directrice te leggen. Tot herstel van het willekeurige ontslag werd haar een som van 5.000 EUR toegekend en een vergoeding van 6 maanden loon.
    In het negende vonnis erkent de rechtbank dat de pesterijen de oorzaak zijn van de burn-out van de werkneemster die op zijn beurt de oorzaak is van het ontslag. Zij bepaalt de vergoeding wegens het misbuik van het ontslagrecht op 50.000 EUR. De talrijke mails, sarcastisch in de minst zware gevallen, bijzonder vernederend in de zwaardere gevallen, zijn het onweerlegbare bewijs van een totaal gebrek aan respect vanwege een ondernemingshoofd.
    In het tiende vonnis gaat het om een klassiek geval van een pester van het type schreeuwer. Het ging hier om een communicatiemanager die een met redenen omklede klacht indiende bij de preventieadviseur en die later werd ontslagen met als reden dat de onderneming haar marketing- en communicatieafdeling ging uitbesteden. De rechtbank aanvaardde deze reden niet (want de functie van de werknemer had immers nog altijd een reden van bestaan in de bestaande aankoop-uitvoerafdeling). Uit het verslag van de preventieadviseur blijkt dat 4 getuigen melding hebben gemaakt van de moeilijkheden die zich in de onderneming voordoen wegens het gedrag van de werkgever: hij beledigt de personen door ze nietsnutten of imbecielen te noemen, hij stelt in niemand ver-trouwen, hij geeft heel weinig verantwoordelijkheid, hij wentelt de verantwoordelijkheid voor zijn eigen fouten af op de anderen, hij roept, brult, soms voor kleinigheden, hij geeft bevelen terwijl de werknemers aan het telefoneren zijn, soms gooit hij met documenten in plaats van ze te overhandigen, hij geeft kort afgemeten kille kritiek in de aanwezigheid van anderen, er heerst een sfeer van terreur en angst, men weet nooit waaraan men zich in de loop van de dag kan verwachten. De preventieadviseur besluit niet tot het bestaan van pesterijen: aangezien het gedrag hetzelfde is in verschillende situaties, wijst dit volgens hem eerder op een persoonlijkheidsprobleem. De rechtbank is van oordeel dat het niet is omdat men een specifieke persoonlijkheid heeft en men een bijzondere stijl van leiding geven gebruikt, dat alle gedragingen en elke houding zijn toegestaan. De rechtbank concludeert daaruit dat de werkgever zich onrechtmatig gedraagt en er sprake is van een ongeoorloofd en terugkerend gedrag binnen de onderneming, dat zich uit in gedragingen, woorden, bedreigingen, gebaren die tot gevolg heb-ben dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van een werknemer wordt aangetast, dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. Zij kende de beschermingsvergoeding toe van 23000 €.
In het elfde vonnis erkende de rechtbank de volgende onrechtmatige gedragingen:

    • De degradatie tot ondergeschikte functies en het ontnemen van verantwoordelijkheden door de aanwerving van een nieuwe werknemer

    • Het in diskrediet brengen en de poging tot afzondering door middel van kritiek en be-schuldigingen die werden geuit tegenover andere werknemers (de werkneemster werd gekwalificeerd als "dievegge en oneerlijk", als "een persoon waarvoor men bijzonder moet uitkijken");
    • De ongerechtvaardigde wijziging van het werkrooster waardoor het werk moeilijker werd (het aanvangsuur van de prestaties werd van 7 uur verschoven naar 8 uur, wat het bereiden van de maaltijden bemoeilijkte);
    • Stelselmatige weigering van verlof tijdens de paasvakantie en onbillijke behandeling van de verlofaanvragen;
    • Gebruik van de aanwezigheid van camera's als intimidatiemiddel voor bepaalde per-soneelsleden en meer bepaald voor de werkneemster, door hen te doen geloven dat de prefect vanuit haar kantoor alles ziet en alles controleert;
    • Pogingen tot het isoleren van de werkneemster, verbod opgelegd aan de werkneemster te praten met een andere werkneemster en verstoting naar de kliek die vijandig staat tegenover die van de prefect.

In het twaalfde vonnis erkende de rechtbank de volgende onrechtmatige gedragingen:

    • Het feit niet de passende maatregelen te nemen na kennis te hebben genomen van de gewelddaad die door een werknemer tegen de werkneemster werd gepleegd;
    • De schrapping van zinvolle en interessante taken, die voordien deel uitmaakten van de functies van de werkneemster (deelname aan de beraadslagingen van de klassenraden, ontvangst van de mededelingen van de leraars waarmee zij hun afwezigheid meld-den);
    • Het verbod dat aan de collega's van de werkneemster werd opgelegd om met haar contact te hebben;
    • Het weghalen van de verwarmingstoestellen uit het kantoor van de werkneemster, zonder haar te waarschuwen en door diezelfde toestellen in de kantoren van andere collega's ongemoeid te laten